Stereoscopische cinema en de oorsprong van 3D films

11 mei 2014

Veel toeschouwers van 3D bioscoopfilms associëren 3D films met een goedkoop papieren brilletje met een rood en blauw filter en dat opgezet moest worden om te kunnen genieten van de driedimensionale filmbeelden. Bij veel van deze personen is er ook interesse hoe het stereoscopisch beeld is ontstaan en hoe het komt dat wij een ruimtelijk effect kunnen waarnemen.

Stereoscopische cinema en de oorsprong van 3D films

Stereoscopic Cinema and the Origins of 3-D Film, 1838-1952

Toen de bewegende film aan het eind van de 19e eeuw zorgde voor een revolutie in de filmindustrie, stonden de 3D beelden als stereofoto’s al tientallen jaren in de belangstelling bij vele professionals en verzamelaars. Na de 3D film boom in de vijftiger jaren van de vorige eeuw kwam er een periode van stilte en ontwikkeling van nieuwe technieken en apparaten voor 3D films voor bioscopen en home cinema.

Op dit moment is er een krachtige impuls ontstaan in het vertonen van 3D films in digitale vorm en mogen de makers van de 3D films zich ook nu weer verheugen op zeer grote belangstelling van het publiek. In de jaren tussen de uitvinding van de stereoscopische beelden en het succes van de 3D film werd er geëxperimenteerd op universiteiten en in de laboratoria van de grote bedrijven en onderzoeksinstituten in de foto- en filmindustrie. Vele patenten werden er aangevraagd en verleend aan de uitvinders of de eigenaren ervan. Veel succes werd er geboekt in de vooruitgang van de techniek. Over deze successen en ook over de vele teleurstellingen gaat het voortreffelijke en zeer interessante boek “Stereoscopic Cinema and the Origins of 3-D Film” van de beroemde Amerikaanse auteur en filmproducent Ray Zone. Hij is vooral bekend van de 3D Comic, waarin het beeldverhaal in driedimensies met de 3D bril op beleefd wordt. Gedetailleerd en uiterst boeiend beschrijft Ray Zone de geschiedenis van de 3D films met de vele geboekte successen en teleurstellingen. De lezers maken kennis met de historische en de moderne ontwikkelingen van de 3D film en bijbehorende principes. Al in het jaar 1830 beschreef Charles Wheatstone het stereoscopisch zien en maakte in 1833 zijn eerste stereoscoop.

Hoe het proces van het zien van diepte in twee nagenoeg gelijke plaatjes met hulp van de stereoscoop zich ontwikkelde met ups en downs is op fascinerende wijze in woord en beeld gebracht door de auteur. Het boek toont tevens meerdere kopieën van originele patentaanvragen over het realiseren van anaglyfen, stereoplaatjes en unieke methoden voor 3D projecties. Het is interessant om te weten dat het Louis Ducos du Hauron was die in 1893 in zijn publicatie “The Art of Anaglyphs” de lezer uitdaagde een anaglyf te maken en te publiceren van de maan in de ruimte om daarmee zijn Franse octrooi uit 1891 te verkrijgen. De auteur beschrijft naast de fascinerende historische ontwikkelingen in driedimensionale technieken op papier en in de projectie, ook de meest moderne digitale driedimensionale technieken voor bioscopen en voor gebruik in huiskamers. In het allesomvattende boek krijgt de lezer een compleet beeld van alle gerealiseerde analoge 3D films, alle wetenschappers en uitvinders in het themagebied van 3D, alle 3D pioniers en succesvolle regisseurs en de bekende en minder bekende systemen en technieken om 3D films aantrekkelijk te maken voor succesvolle vertoningen. Daarmee en met vele andere feiten en gebeurtenissen uit de filmwereld van 3D heeft het boek de ondertitel gekregen als informatie en referentiebron voor de 3D cinema en andere 3D beelden in gedrukte en geprojecteerde vorm. Het overzicht van literatuur is extra waardevol voor de lezer.

ISBN 978-0-8131-2461-2, “Stereoscopic Cinema and the Origins of 3-D Film, 1838-1952”, Ray Zone, The University Press of Kentucky, 2007, 220 pagina’s.


Gerelateerde artikelen