Filatelistische aandacht voor: Optische & Visuele Illusies (79)

5 januari 2026

"In 1850 gaf een goede vriend van mij, die hield van de combinatie van kunst en humor, dergelijke inktvlekken de naam 'klecksografieën'. Ook alle plaatjes in deze publicatie behoren tot deze categorie. Ik wil hier alleen nog wat dieper ingaan op het ontstaan van mijn merkwaardige en veelal toevallige fantasierijke voorstellingen op de plaatjes. De natte inktvlek, die op één van de twee zijden van een gevouwen blad van stevig papier wordt aangebracht (op de linker- of de rechterzijde van het gevouwen blad, maar nooit op beide zijden), geeft dan nadat het gevouwen blad stevig dicht wordt gedrukt en wordt gewreven, een dubbele uitvoering van de aangebrachte inktvlek.

Filatelistische aandacht voor: Optische & Visuele Illusies (79)

Voor onze creatieve lezers een geweldige uitdaging.

Het resultaat is dan telkens verbluffend en veelal zeer fantasierijk. Het viel mij op dat er vormen tevoorschijn komen die wij ook kennen vanuit lang vervlogen tijden. Zowel contouren van mensen en dieren zijn met enige inbeelding te onderscheiden. De fantasie kan ook een beetje geholpen worden door op subtiele wijze enkele accenten aan te brengen of te verstevigen. Het is natuurlijk niet de bedoeling om het inktvlekwerk uitgebreid te bewerken en bovendien ben ik geen begaafd tekenaar".

Filatelistische aandacht voor: Optische & Visuele Illusies (79) - 2 Filatelistische aandacht voor: Optische & Visuele Illusies (79) - 3 Filatelistische aandacht voor: Optische & Visuele Illusies (79) - 4

Bij één van de gedichten in de serie ‘Boodschappers van de dood’ maakte Kerner een somber plaatje van de zwarte dood. "De spontane tekeningen zijn niet ontstaan door de gedichten, maar juist andersom". Voor onze meest creatieve lezers een geweldige uitdaging om aan het experiment van het maken van boeiende voorstellingen door eenvoudige inktspatten, waterverfspatten of ecoline spatten te beginnen. (Wordt vervolgd).

ISBN 978-1-4991-4728-5, “Justinus Kerner: Klecksographien”, Michael Holzinger, Berliner uitgave 1e druk in 1890, 2017, 4e druk, 66 pagina’s.


Gerelateerde artikelen